Was je op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan val je onder de overgangsregeling. Voor jou vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard. Je mag dus meer sparen.
Zo kunt je het toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen. Dat maximale bedrag is op 210% van het laatstverdiende brutoloon. Daarmee kun je drie jaar verlof financieren tegen 70% van het laatstverdiende loon.
Was je op 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan behoud je de fiscale voordelen bij het sparen voor prepensioen. Ook VUT-uitkeringen blijven voor jou onder het huidige fiscale regime vallen. Als je dat wilt, kun je ook deelnemen aan de reguliere levensloopregeling.
Het kan ook zijn dat je werkgever je geen VUT- of prepensioenregeling biedt. Het bieden van pensioenregelingen is geen verplichting voor werkgevers, maar een onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Als je geen VUT- of prepensioenregeling hebt, kun je meedoen met de levensloopregeling en het reguliere percentage van 12% sparen.