Levensfasebewust beleid  

Levensfasebewust Personeelsbeleid: Voor iedere leeftijd wat wils

Parttime een leidinggevende functie bekleden, een snuffelstage lopen, een sabbatical nemen,... Lees verder

Veelgestelde vragen

Je werkgever is niet verplicht om mee te betalen aan je levensloopregeling, behalve als hierover afspraken in de cao zijn gemaakt. Veel ABVAKABO FNV-cao’s bevatten afspraken waarbij een werkgeversbijdrage is afgesproken.

Deelname aan de levensloopregeling is niet verplicht. Iemand die niet meedoet aan de levensloopregeling, krijgt de werkgeversbijdrage als brutosalaris uitbetaald.

De spaarloonregeling blijft in de huidige vorm bestaan. Je kunt jaarlijks kiezen aan welke regeling je wilt deelnemen: spaarloon- of levensloopregeling. Je kunt niet gelijktijdig in beide regelingen geld inleggen. Wel kunt je in één kalenderjaar uit beide regelingen geld opnemen. Het spaartegoed voor de levensloopregeling kun je alleen opnemen om verlof te financieren. Bij de spaarloonregeling kun je het geld overal voor gebruiken.

Er is niets wettelijks geregeld over de voortzetting van je pensioenopbouw tijdens onbetaald verlof. Je zult hierover zelf afspraken moeten maken met je werkgever.

Soms is het mogelijk de pensioenopbouw tijdens de periode van onbetaald verlof voort te zetten. Of de werkgever dan nog bijdraagt aan de premiebetaling, is een kwestie van onderhandelen. Kijk vooral ook in jouw eigen cao wat op dit punt is geregeld.

Eventueel kunt je, als een en ander niet collectief via de cao is geregeld, individueel bijsparen via je pensioenfonds.

De beheerder van het geld maakt het tegoed (periodiek) over naar de werkgever. De werkgever houdt loonheffing in (loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet).
Na aftrek van de loonheffing maakt de werkgever het resterende tegoed (periodiek) aan je over. Daarna kun je het bedrag gebruiken om een periode van onbetaald verlof financieel te overbruggen.

Je mag de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als je wilt. Het tegoed kan immers steeds weer worden bijgevuld.

Je mag niet meer opnemen dan het maandloon dat je direct voorafgaand aan de verlofperiode ontving. Je moet daarbij ook rekening houden met een eventuele loondoorbetaling door de werkgever. Voorbeeld:

Je verdient in juli € 1000. Je mag in augustus niet meer dan € 1000 aan spaartegoed opnemen voor de financiering van één maand onbetaald verlof. Krijg je tijdens het verlof al € 500 van je werkgever, dan mag je nog maar € 500 uit de ‘levensloopspaarpot’ halen.

Was je op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan val je onder de overgangsregeling. Voor jou vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard. Je mag dus meer sparen.

Zo kunt je het toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen. Dat maximale bedrag is op 210% van het laatstverdiende brutoloon. Daarmee kun je drie jaar verlof financieren tegen 70% van het laatstverdiende loon.

Was je op 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan behoud je de fiscale voordelen bij het sparen voor prepensioen. Ook VUT-uitkeringen blijven voor jou onder het huidige fiscale regime vallen. Als je dat wilt, kun je ook deelnemen aan de reguliere levensloopregeling.

Het kan ook zijn dat je werkgever je geen VUT- of prepensioenregeling biedt. Het bieden van pensioenregelingen is geen verplichting voor werkgevers, maar een onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Als je geen VUT- of prepensioenregeling hebt, kun je meedoen met de levensloopregeling en het reguliere percentage van 12% sparen.

Als je ziek bent geworden, kun je het verlof voortijdig af breken. Dat moet wel in overleg met je werkgever. Dan is er formeel sprake van hervatting van het dienstverband en moet de werkgever gedurende twee jaren van ziekte minstens 70% van het overeengekomen loon doorbetalen.


Meer veelgestelde vragen