De grootste vakbond in de publieke sector

Medezeggenschap  

Nieuwe regeling scholing ondernemingsraden

Sociale partners zijn het in de SER eens geworden over een nieuw stelsel van financiering... Lees verder

Veelgestelde vragen

Indien er sprake is van een reorganisatie vindt er vaak overleg plaats tussen de werkgever en de vakbonden over een sociaal plan. Bij het overleg kan ook de or betrokken worden.

Doel van het sociaal plan is regelingen vaststellen om de negatieve gevolgen van het wegvallen van de arbeidsplaatsen voor de betrokken werknemers op te vangen. Hierbij kan gedacht worden aan het aanbieden van vervangend werk, om-, her- of bijscholing, of aan financiële compensatie. Ook zaken als een voorziening voor de pensioenopbouw worden vaak in een sociaal plan verwerkt. Een sociaal plan is niet wettelijk verplicht, maar is wel in veel cao's verplicht gesteld
Hoewel het hier niet gaat om een wettelijke verplichting, is het van belang dat de or en de vakbonden nauw samenwerken en overeenstemming hebben over het sociaal plan. De or moet namelijk bij het uitbrengen van het advies, weten hoe de sociale gevolgen zullen worden opgevangen en dus het sociaal plan beoordelen. Anderzijds is voor de vakbonden van belang op de hoogte te zijn van de situatie in het bedrijf en de opvattingen van de OR. Zonodig kan de vakbond de or zelfs ondersteunen bij zijn taak.

Nee. Or-leden vertegenwoordigen de werknemers. Deze hebben altijd het recht de or-leden te kiezen. Zie hiervoor artikel 6 WOR.
Ja, dat hebben wij. Je kunt hierover contact opnemen met OR Wijzer van Abvakabo FNV via telefoonnummer. 0900-6794593 (€ 0,10 p.m.). Je kunt OR Wijzer bereiken op werkdagen van 13.00 tot 17.00 uur.
De or heeft adviesrecht op de benoeming of ontslag van een nieuwe bestuurder (degene die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid) of een interimmanager die deze taken tijdelijk waarneemt, volgens de WOR art.30. Dat betekent dat de or al vroeg in de voorbereidende fase betrokken moet worden. Afwijkend van het algemene adviesrecht is dat het niet mogelijk is eventueel beroep in te stellen tegen een genomen besluit bij de Ondernemingskamer. Wel kan in een dergelijk geval de algemene geschillenregeling (WOR, art.36) gehanteerd worden. In de cao kunnen nog specifieke aanvullingen op deze bevoegdheid zijn opgenomen. Uitgezonderd zijn benoemingsbesluiten die door derden buiten de organisatie genomen worden, bijvoorbeeld bij ondernemingen die worden gesubsidieerd door een publiekrechtelijke rechtspersoon.
In welk stadium dient de or bij het adviesproces betrokken te worden?
Zo vroeg mogelijk, in elk geval op een dusdanig tijdstip dat de opvattingen en eventuele alternatieven van de or invloed kunnen hebben op de besluitvorming. De or kan ook zelf initiatieven nemen en afspraken maken om al in een vroeg stadium betrokken te worden bij adviesaanvragen die in de (naaste) toekomst gaan spelen. Een goed moment om dit te doen is bij de halfjaarlijkse bespreking van de algemene gang van zaken in de onderneming en de plannen van de werkgever (art.31 a.lid 6)
Moet de werkgever bij een reorganisatie met de bond een sociaal plan afspreken?
Die verplichting is er niet, behalve bij fusie en bij collectief ontslag. Ook de or kan met de werkgever afspraken maken over de gevolgen voor het personeel.
Maar het is in Nederland wel gebruikelijk dat de bond bij elke reorganisatie betrokken wordt. Dat is ook zeker aan te bevelen. De bond kan ook door de or worden ingeschakeld.

Je kunt daarbij kiezen voor verschillende vormen. Zo kunnen de voorzitters van de or’s regelmatig afstemmingsoverleg hebben en de beide or’s kunnen een gezamenlijke voorbereidingscommissie instellen. Ook is het mogelijk een platform in te stellen, waarin leden van beide or’s zitting hebben. Dat platform kan namens de twee (of meer) or’s het overleg voeren met de bestuurders, maar dat hoeft niet. Een platform kan puur ter afstemming zijn, waarbij alle betrokken or’s hun bevoegdheden behouden.

De RI&E moet daarvoor worden uitgebreid met:

  • Voorlichting over arbo-risico’s bij HNW (het nieuwe werken)
  • De thuiswerkplek
  • De werktijden
  • Balans werk-privé
  • Contactmogelijkheden met en ondersteuning van collega’s
  • Functioneringsgesprekken die zijn toegespitst op HNW

Deze stemming moet voldoen aan drie criteria:
- De stem mag niet herleidbaar zijn tot de kiezer
- Gewaarborgd moet zijn dat de kiezer maar één keer kan stemmen
- Het stembiljet moet onvervalsbaar zijn

De procedure is als volgt:
- De or waarmerkt elk stembiljet.
- De or zorgt ervoor dat alle kiesgerechtigde personen een oproepkaart ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn in het verkiezingsdraaiboek.
- De kiezer legitimeert zich op de dag van de verkiezing met zijn oproepkaart.
- De or neemt de oproepkaart in en registreert deze in het kiesregister.
- De or overhandigt een stembiljet aan de kiezer.
- De kiezer vult in het stemhokje zijn stembiljet in en deponeert dit meteen in de stembus.
- De or leegt de stembussen en telt de stemmen.
- De or stelt de uitslag vast.

Bij elektronisch stemmen is het belangrijk te kiezen voor een ‘bestaand’ en betrouwbaar digitaal systeem. Knutsel vooral niet zelf een systeem in elkaar want dan is het risico groot dat dit systeem niet voldoet aan de criteria vanuit de WOR. Deze zijn: 

- de stemming moet anoniem zijn
- de stemming mag niet fraudegevoelig zijn
- gewaarborgd moet zijn dat iedere kiesgerechtigde maar één keer kan stemmen

De uitgebrachte stem mag dus niet te herleiden zijn naar de kiezer. Het digitale stembiljet moet beschermd zijn tegen vervalsing en moet slechts één maal te gebruiken zijn. Er bestaat nog geen “keurmerk” voor digitale systemen. Op internet zijn diverse aanbieders te vinden die zich gespecialiseerd hebben in dergelijke systemen en waar je als or tegen betaling gebruik van kunt maken. Het reglement van de or zal aangepast moeten worden aan deze wijze van stemmen.


Meer veelgestelde vragen