Medezeggenschap  

ANP Lex van Lieshout

Wat heeft de bond te bieden voor or-leden?

ABVAKABO FNV heeft veel kennis in huis, die het voor bondsleden gemakkelijker kan maken om... Lees verder

Veelgestelde vragen

Bij het organiseren van or-verkiezingen komt veel kijken: kandidaatstellingen,  wervingscampagne, verschillende manieren van stemmen en kiesstelsels. Kom je er niet uit, dan kun je de specialisten van or-wijzer raadplegen, 0900-679 45 93, bereikbaar tussen 13 -17 uur (0,10 € p.m.). Met vragen over de voordracht van Abvakabo FNV-kandidaten in een lopend verkiezingstraject kun je terecht bij: OR- of 079-353 61 21 (bereikbaar tussen 09 – 12 uur).

Volgens de Wet op de Ondernemingsraden ligt de verplichting voor oprichting bij de directie van het bedrijf. Je zult het dus eerst de directie voor moeten leggen. Je kunt overigens wel samen met anderen het initiatief nemen door het voor te bereiden. Bel voor tips en advies de or-wijzer van Abvakabo FNV (0900 679 45 93 op werkdagen van 13.00 tot 17.00 uur of e-mail or-.nl)

 

Om te beoordelen of ingeleende werknemers kiesrechten hebben, moet de or of de verkiezingscommissie eerst onderzoeken of deze personen gerekend moeten worden tot de groep “in de onderneming werkzame personen”.

Op grond van artikel 1 lid 3 van de WOR worden degenen die in de onderneming werkzaam zijn met een uitzendovereenkomst onder twee voorwaarden tot die groep gerekend:

  • Iemand moet langer dan 24 maanden met een uitzendovereenkomst (in de zin van artikel 7:690 BW) feitelijk in de onderneming gewerkt hebben;
  • Het werk dat iemand doet moet passen in het kader van de werkzaamheden van de onderneming.

Wanneer een uitzendkracht aan deze eisen voldoet, behoort hij tot de groep “in de onderneming werkzame personen” en bouwt hij kiesrechten op. Dat betekent dus dat een uitzendkracht na 30 maanden het actief kiesrecht heeft (mag stemmen) en na 36 maanden het passief kiesrecht (mag zich kandidaat stellen).

Stel dat zowel de ondernemer als de ondernemingsraad (or) van mening zijn dat het beter is dat uitzendkrachten vóór deze termijnen al kiesrechten krijgen, dan kunnen zij dat regelen door hierover samen afspraken te maken op grond van artikel 6 lid 4 van de WOR. Dit artikel geeft de mogelijkheid om de groep “in de onderneming werkzame personen” uit te breiden met name genoemde categorieën tijdelijke medewerkers.  Door uitzendkrachten al eerder aan te merken als de “in de onderneming werkzame personen”, kunnen zij eerder gebruik maken van hun kiesrechten.

Ook andere ingeleende medewerkers kunnen op grond van art. 6 lid 4 kiesrechten krijgen in de onderneming waar zij zijn ingeleend. Denk aan gedetacheerde werknemers, ingehuurde zelfstandigen (freelancers) en vrijwilligers. Deze personen kunnen dus alléén kiesrechten opbouwen als de ondernemer en de or hierover aanvullende afspraken hebben gemaakt, die zijn vastgelegd in het or-reglement. .

Wanneer ondernemer en or van mening verschillen of bepaalde groepen personen tot de “in de onderneming werkzame personen” moeten worden gerekend, dan kunnen zij na bemiddeling van de bedrijfscommissie een beslissing vragen aan de kantonrechter.

Op zich kan de or dat doen in een situatie waarin absoluut niet meer te werken valt of bij onbekwaamheid van de bestuurder. De or moet zich echter wel drie keer bedenken of het een strategisch juiste keuze is. Immers de or snijdt voor zichzelf ook de weg af naar informatie, overleg en gebruik van zijn bevoegdheden. Bovendien verkeert de or niet in de positie om de directeur te ontslaan of om non-actief te zetten. Dat kan alleen de ‘ondernemer’ ofwel het hoogste gezag van de onderneming, een Bestuur of Raad van Commissarissen/van Toezicht. In een uiterste situatie is het benaderen van dit hoogste gezag strategisch vaak dan ook een betere weg.

Nee. Pas aan het einde van de zittingsperiode kan dit gebeuren. Overigens is het ook mogelijk een or in stand te houden bij minder dan 50 werknemers.

De WOR sluit de bestuurder van de onderneming uitdrukkelijk uit als verkiesbaar voor de or. De uitsluiting berust op het feit dat de bestuurder de ondernemer vertegenwoordigt in het overleg met de ondernemingsraad. Andere leidinggevende functionarissen, zoals bv adjunctdirecteuren zijn niet uitgesloten.

 

Elke belanghebbende (dus elk personeelslid) en elke betrokken vakorganisatie kan, na bemiddeling en advies van de Bedrijfscommissie van de sector waaronder de onderneming valt, de kantonrechter verzoeken de ondernemer op zijn verplichtingen aan te spreken. Dus eerst naar de Bedrijfscommissie.

Een verandering van werktijdenregeling valt onder het instemmingsrecht. De or moet dus signaleren en melden dat er een wijziging in een werktijdenregeling plaatsvindt, die eerst aan de or ter instemming dient te worden voorgelegd. In uiterste gevallen kan een beroep worden gedaan op de nietigheid van het besluit/de wijziging, en zonodig de bedrijfscommissie, en later de kantonrechter, worden ingeschakeld. Overigens vallen met individuele werknemers in hun arbeidsovereenkomst gemaakte afspraken hier buiten. Hierover moet de werkgever overleggen met de betreffende individuele werknemer, die vervolgens individueel akkoord moet gaan.


Meer veelgestelde vragen