Structureel arrangement:
De FPU-uitkering is vervangen door een versterkt ouderdomspensioen, het keuze pensioen. De pensioenleeftijd is flexibel en deeltijdpensioen is mogelijk. In het keuzepensioen zijn de mogelijkheden tot het uitruilen van ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen zijn verruimd
In de cao’s zijn vaak nadere afspraken over levensloopsparen gemaakt. De levensloopregeling is een individuele regeling. Je kunt zelf beslissen of je aan de regeling deelneemt en wanneer je het opgebouwde tegoed wil aanspreken. De regeling heeft het financiële karakter van een spaarregeling.
Door een combinatie van een verhoogde opbouw van het ouderdomspensioen met de levensloopregeling, is het voor werknemers bij overheid en onderwijs nog steeds mogelijk om tussen 62 jaar en 63ste jaar met een acceptabel uitkeringsniveau uit te treden. Een gemiddelde werknemer met 40 dienstjaren kan met het versterkte ouderdomspensioen tussen de leeftijd van 62 jaar en 63 jaar een uitkering van circa 70% van zijn gemiddelde loon verwachten
Via “Mijn ABP” kan iedere deelnemer zijn eigen individuele pensioensituatie en de gevolgen van diverse keuze opties bekijken.
Overgangsmaatregelen
Voor mensen met een lopende FPU-uitkering die is ingegaan vóór 1 januari 2006 is de situatie ongewijzigd, voor hen geldt bovengenoemd arrangement niet.
Voor werknemers in dienst op 31 december 2005 en op dat moment 56 jaar of ouder zijn, geldt een regeling zoals de vervallen FPU-regeling. De spilleeftijd is met enkele maanden verhoogd.
Voor werknemers in dienst op 31 december 2005 en op dat moment jonger dan 56 jaar geldt de “nieuwe” regeling. Voor hen geldt een overgangsregime dat is gericht op het overbruggen van de pensioenopbouw tot het niveau van de structurele regeling.