Pensioen van A tot Z
Hier lees je meer over het pensioen, van AOW tot Wezenpensioen.
Aanvullend pensioen
Het pensioen dat je via je werkgever opbouwt is een aanvullend pensioen en dient als aanvulling op een AOW-uitkering. Je kunt ook zelf sparen voor extra aanvullend pensioen, bijvoorbeeld door een lijfrente of andere pensioenvoorziening af te sluiten.
AOW
AOW staat voor Algemene ouderdomswet. Iedereen die in Nederland woont of werkt en loon- of inkomstenbelasting betaalt, heeft recht op een overheidsuitkering. Deze uitkering ontvang je vanaf je 65ste of later en vindt levenslang plaats. Op dit moment staat de AOW-leeftijd ter discussie. De AOW wordt flexibel. Je kunt vanaf 65 jaar zelf kiezen wanneer je AOW wilt ontvangen. De AOW-normleeftijd gaat omhoog naar 66 jaar in 2020 en wordt daarna afhankelijk van de levensverwachting. Elke 5 jaar wordt gekeken naar de levensverwachting op dat moment. Mocht dat ertoe leiden dat er verhoging (of verlaging) van de AOW-normleeftijd plaatsvindt, dan gaat die verhoging pas 10 jaar later in. Er wordt dus in 2015 gekeken naar wat de AOW-normleeftijd in 2025 moet worden. Kies je er voor om de AOW een jaar eerder te laten ingaan, dan krijg je levenslang een uitkering die 6,5 procent lager is. Gaat de AOW-leeftijd naar 67 jaar en wil je toch op 65 jaar de AOW in laten gaan, dan gaat je uitkering levenslang met 2 x 6,5 procent procent naar beneden. Toch kan iedereen desgewenst eerder de AOW-uitkering in laten gaan – ook de mensen die vroeg zijn begonnen met werken, mensen met een zwaar beroep of mensen met een laag inkomen – doordat de AOW-uitkering elk jaar meer waard wordt. Je kunt er ook voor kiezen om de AOW later in te laten gaan. Voor elk jaar dat de AOW later ingaat krijg je levenslang een uitkering die 6,5 procent hoger is.
Besturen pensioenfondsen
Vanuit verschillende hoeken, onder andere DNB, AFM en Tweede Kamer wordt geroepen om meer deskundigheid in pensioenfondsen. Minister Kamp heeft recentelijk een wetsvoorstel Versterking besturen pensioenfondsen ingediend. Dit wetsvoorstel beoogt daaraan tegemoet te komen door meer deskundigheid in de besturen op te nemen. Een tweede doel van het wetsvoorstel is een betere vertegenwoordiging van alle risicodragers in het pensioenfonds. Daartoe krijgen gepensioneerden een plaats in de besturen van de pensioenfondsen. Lees de factsheet van Abvakabo FNV.
Bijzonder partnerpensioen
Na overlijden ontvangt je partner ‘partnerpensioen’. Een eventuele ex-partner heeft ook recht op partnerpensioen. Dit wordt ook wel ‘bijzonder partnerpensioen’ genoemd.
Dekkingsgraad
De financiële positie van een pensioenfonds wordt aangeduid met de dekkingsgraad. Het percentage omschrijft de verhouding tussen het vermogen van een pensioenfonds en de financiële verplichtingen van dat moment. De dekkingsgraad is bijvoorbeeld 110%. Dat houdt in dat tegenover elke € 100,- aan verplichtingen, € 110,- aan vermogen staat. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe meer zekerheid voor de in de toekomst uit te keren pensioenen.
Eindloonregeling
Het pensioen uit een eindloonregeling is gebaseerd op het salaris dat je verdient op de pensioendatum (of uitdiensttreding bij een werkgever), en op het aantal jaren dat je bij je werkgever in dienst bent geweest. Wanneer je salaris hoger wordt, moet dit met terugwerkende kracht worden doorberekend in je pensioen.
Franchise
Franchise is het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt. Dit wordt eerst van je salaris afgetrokken, over het restantbedrag betaal je pensioenpremie. De hoogte van de franchise heeft te maken met de hoogte van de AOW. Omdat je recht hebt op een AOW-uitkering hoef je over dat bedrag geen pensioen op te bouwen.
Gewezen deelnemer
Wanneer je bij een werkgever uit dienst treedt vóór je pensioendatum, ben je in die pensioenregeling een gewezen deelnemer (soms ook wel aangeduid als 'slaper'). Je behoudt wel recht op je opgebouwde pensioenrechten, maar je bouwt verder niets meer op.
Indexatie of toeslagverlening
Wanneer je pensioenaanspraken worden aangepast aan bijvoorbeeld de stijging van de lonen, heet dit indexatie. Jaarlijks besluit het pensioenfonds of er geïndexeerd kan worden. Dit is namelijk afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds. De dekkingsgraad moet dan boven een bepaald percentage liggen. Indexatie is zeer belangrijk voor de hoogte van je pensioen, met name bij een middelloonregeling. Daarbij is je pensioenuitkering gebaseerd op het gemiddelde salaris dat je verdient tijdens je gehele loopbaan. Zonder indexatie stijgt je pensioenuitkering onvoldoende mee met de stijging van de lonen en daarmee ook de stijging van de kosten van levensonderhoud. Doordat wel of niet indexeren afhankelijk is van de financiële positie van het pensioenfonds (uitgedrukt in de dekkingsgraad) is indexatie of toeslagverlening niet vanzelfsprekend. Dit wordt voorwaardelijke indexatie genoemd.
Jaarruimte
Stel dat je in een jaar (te) weinig pensioen hebt opgebouwd, dan kun je zelf (bijvoorbeeld via een lijfrentepremie) aanvullend pensioen opbouwen. Je mag deze premie aftrekken van de belasting. Het maximale af te trekken bedrag wordt jaarruimte genoemd. De jaarruimte van de zeven voorgaande belastingjaren wordt reserveringsruimte genoemd en kan ook gebruikt worden voor extra aanvullende pensioenopbouw.
Levensloopregeling
Dit is een fiscale regeling om te sparen voor een inkomen tijdens een periode van onbetaald verlof. Je kan Levensloop bijvoorbeeld inzetten om eerder met pensioen te gaan.
Middelloonregeling
Bij een middelloonregeling is de hoogte van je pensioenuitkering vastgesteld op basis van het gemiddelde salaris dat je tijdens je loopbaan hebt verdiend, en het aantal gewerkte jaren. Wanneer je salarisverhoging krijgt, is dit alleen gunstig voor de jaren dat je nog pensioen opbouwt, en niet voor de jaren daarvoor. Het nadeel van een middelloonregeling is, dat wanneer je salaris vlak voor pensionering sterk stijgt, het gemiddelde inkomen van je loopbaan veel lager zal zijn.
De Nederlandsche Bank (DNB)
Onafhankelijk toezichthouder voor de pensioenfondsen en verzekeraars.
Ouderdomspensioen
Dit is de uitkering vanaf de pensioendatum.
Partnerpensioen of nabestaandenpensioen
Wanneer een deelnemer overlijdt, ontvangt de partner (of de kinderen) een pensioenuitkering die ingaat vanaf de pensioendatum van de overledene. Dit wordt partnerpensioen of nabestaandenpensioen genoemd.
Pensioenbreuk
Wanneer je verandert van werkgever of een tijdje niet werkt, bouw je in die periode geen volledig pensioen op. In dat geval spreken we van pensioenbreuk. Pensioenbreuk is niet te verwarren met pensioengat, zie definitie.
Pensioendatum
De datum waarop je ouderdomspensioen gaat ontvangen.
Pensioengat
De norm voor de hoogte van je pensioen ligt meestal op 70% van je laatstverdiende salaris. Wanneer je met pensioen gaat en je jaarlijks een bedrag tekort komt, wordt dit ook wel een pensioengat genoemd. Pensioengat omvat dus pensioenbreuk, zie definitie.
Pensioengevend salaris
Dit is het deel van je inkomen dat meetelt bij de berekening van je pensioen. Hieronder kunnen vallen: vakantietoeslag, dertiende maand en je gegarandeerde winstuitkering, maar bijvoorbeeld niet je reiskostenvergoeding of kinderbijslag. Het pensioengevend salaris wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.
Pensioengrondslag
Dit is het bruto jaarsalaris min de franchise. Over dit bedrag wordt je pensioen opgebouwd.
Pensioenpremie
Dit is het bedrag dat de werknemer en/of de werkgever betaalt om het pensioen op te bouwen.
Pensioenreglement
Elk pensioenfonds heeft een pensioenreglement, waarin staat hoe het pensioen wordt opgebouwd en berekend, welke voorwaarden er gelden et cetera.
Pensioenverevening
Dit is de verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen, in geval van scheiding.
Reserveringsruimte
Dit is de fiscale ruimte van voorgaande belastingjaren (tot maximaal zeven jaar terug) waarbinnen nog extra aanvullend pensioen kan worden opgebouwd. Stel dat je (te) weinig pensioen hebt opgebouwd, dan kun je zelf (bijvoorbeeld via een lijfrentepremie) aanvullend pensioen opbouwen. Je mag deze premie aftrekken van de belasting met gebruikmaking van de ruimte in het jaar waarin je aangifte doet (jaarruimte) of de jaarruimte van de voorgaande belastingjaren. De jaarruimte van (maximaal zeven) voorgaande belastingjaren wordt reserveringsruimte genoemd.
Tijdelijk pensioen of overbruggingspensioen
Wanneer je eerder dan op je 65ste met pensioen gaat, ontvang je in die periode nog geen AOW-uitkering. Om dat verschil in inkomen op te vangen, hebben veel pensioenregelingen een tijdelijk pensioen of overbruggingspensioen. Ook is het soms mogelijk om te schuiven met het pensioen na 65 jaar (respectievelijk 66 jaar) door dit naar voren te halen en hiermee voor de leeftijd van 65 jaar inkomen te creëren. Hierdoor daalt het pensioen na 65 jaar, maar kan vaak voor 65 jaar worden gestopt met werken.
Uitruil
Uitruil betekent het schuiven met de verhoudingen van bijvoorbeeld je ouderdomspensioen en je nabestaanden- of partnerpensioen. Je kunt bijvoorbeeld je partnerpensioen verlagen en ‘ruilen’ voor een hoger ouderdomspensioen. Ook kun je het gebruiken om eerder te stoppen met werken.
Waardeoverdracht
Wanneer je van baan wisselt, verander je in veel gevallen ook van pensioenfonds. De mogelijkheid bestaat om het pensioen dat je bij je vorige werkgever(s) hebt opgebouwd, te laten overnemen door de pensioenuitvoerder bij je nieuwe werkgever. Waardeoverdracht is niet altijd voordelig. Je nieuwe pensioenuitvoerder kan een berekening voor je maken voordat je besluit je pensioen over te dragen. Het verzoek tot het maken van deze berekening en de waardeoverdracht moet wel binnen zes maanden na de indiensttreding bij de nieuwe werkgever plaatsvinden. Deze individuele waardeoverdracht kan alleen plaats vinden als de dekkingsgraden voldoende zijn. Is dit niet het geval dan kan zodra de dekkingsgraad het weer toelaat alsnog waardeoverdracht plaats vinden.
Wezenpensioen
Wanneer je overlijdt, ontvangen je kind(eren) wezenpensioen vanaf de pensioendatum. Het wezenpensioen stopt in principe wanneer het kind 18 of 21 is. Wanneer het kind arbeidsongeschikt is of studeert, loopt de uitkering langer door.