De grootste vakbond in de publieke sector

Pensioen  

Wat is pensioen?

Pensioen is de term die we gebruiken voor de uitkering die je ontvangt nadat de pensioenleeftijd is bereikt.

We kennen drie soorten pensioenen: een uitkering in het geval van pensionering, overlijden of arbeidsongeschikt-heid. Om deze uitkeringen te financieren zijn er drie onderdelen, ook wel de drie pijlers van het Nederlandse pensi-oengebouw genoemd.

1e Pijler
De eerste pijler wordt vanuit de overheid geregeld. Bij pensionering ontvang je een uitkering op basis van de AOW (Alge-mene Ouderdomswet), bij overlijden kan er een uitkering plaatsvinden op basis van de ANW (Algemene Nabestaanden-wet) en wanneer je arbeidsongeschikt bent, val je onder de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen).

2e Pijler
De tweede pijler is de aanvulling die je via en samen met je werkgever opbouwt. Pensioen is dus een belangrijke arbeids-voorwaarde die niet alleen later, maar ook nu invloed heeft op je inkomen.

3e Pijler
De derde pijler zijn alle andere mogelijkheden (los van de werkgever of overheid), waarbij je zelf voor extra pensioen spaart, bijvoorbeeld spaargeld of een lijfrente.

Wat is er aan de hand met de pensioenen?
Als gevolg van de vergrijzing en het feit dat mensen ouder worden genieten steeds meer mensen langer van hun AOW-uitkering en aanvullend pensioen. De kosten voor het pensioen lopen dus flink op. Dit geldt zowel voor de overheid (AOW) als de werkgevers en werknemers (aanvullend pensioen).

Vakcentrales en werkgevers hebben in 2011 met Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een pensioenakkoord gesloten. Afgesproken is dat de AOW-leeftijd verhoogd wordt. Eerst naar 66 jaar in 2020. Daarna vindt elke vijf jaar een aanpassing plaats op basis van de nieuwste inzichten in de levensverwachting. In 2015 wordt besloten of de AOW-leeftijd in 2025 naar 67 jaar gaat. Pluspunten van het akkoord zijn:

  • De AOW wordt flexibel opneembaar. Mensen kunnen, vanaf 65 jaar, zelf kiezen wanneer ze stoppen met werken. Voor elk jaar dat de AOW eerder wordt genoten vindt er een korting plaats van -6,5 procent en voor elk jaar later een toeslag van +6,5 procent.
  • De AOW zal vanaf 2013 (tot 2028) extra stijgen met 0,6 procent per jaar.

Er zijn echter ook minpunten:

  • Bij eerder opnemen van de AOW zijn er voor de laagste inkomens nog steeds flinke negatieve inkomenseffecten ondanks de compenserende maatregelen van Kamp. Volgens Kamp blijft deze inkomensachteruitgang beperkt tot 3 procent. Berekeningen laten echter zien dat Kamp hierbij geen rekening heeft gehouden met het wegvallen van de verhoogde arbeidskorting voor ouderen en het verminderen van de huidige doorwerkbonus. Hierdoor blijkt de inkomens-achteruitgang veel groter. In plaats van de door Kamp beoogde 3 procent zou het negatieve inkomenseffect eerder op 4,7 procent tot zelfs 9,9 procent liggen.
  • In het verleden zijn afspraken gemaakt voor ‘zware’ beroepen. Bijvoorbeeld de substantieel bezwarende functies in o.a. het gevangeniswezen, het functioneel leeftijdsontslag voor brandweer en ambulancepersoneel. Het pensioenak-koord laat weinig ruimte voor behoud van deze regelingen dan wel reparatie van het financiële gat door verhoging van de AOW-leeftijd. Dat is niet alleen een probleem voor de toekomst, maar ook voor mensen met zware beroepen die al zijn gestopt met werken en hun AOW zien verschuiven van 65 naar 66 jaar.
  • Het pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd zal ook veranderen. Er komen nieuwe regels om de financiële positie van een pensioenfonds te bepalen, maar ook hoe een pensioenfonds moet omgaan met financiële tegenval-lers. Als gevolg van deze wijziging komen risico’s meer bij werkenden en gepensioneerden te liggen.

Meer weten? Lees de Pensioenkrant 2011 van Abvakabo FNV.