Senioren  

Peiling Plus

Abvakabo FNV wil graag weten wat (vroeg)gepensioneerden bezighoudt. Lees verder

 
 

Veelgestelde vragen

In de cao voor TNT is sprake van leeftijdsbewust personeelsbeleid. Het leeftijdsbewust personeelsbeleid  bij TNT is gericht op het optimaal benutten van het talent, kennis en ervaring van de werknemer gedurende je hele loopbaan en het voorkomen van onnodig voortijdig vertrek uit de onderneming.

De wijze waarop aan dit beleid invulling wordt gegeven is opgenomen in bijlage 11 van de cao. Doel is het creëren van voorwaarden zodat de werknemer bij het stijgen van de leeftijd goed aan het arbeidsproces kan blijven deelnemen. Deze maatregelen zijn bijvoorbeeld: geen verplichting tot het verrichten van overwerk; geen verplichting tot nachtdienst als drie uur of meer van de arbeidstijd valt tussen 0.00 en 6.00 uur; en geen afbouw van de eventuele (afbouw) onregelmatigheidstoeslag (Tot) en (afbouw) van de toeslag Waakdienst.

De Nederlandsche Bank (DNB) geeft aan dat 87% van de pensioendeelnemers, ofwel bijna 4,9 miljoen Nederlanders, lid zijn van een fonds met een dekkingsgraad onder de wettelijk vereiste minimumgrens van 105%. Slechts zo’n 82.000 Nederlanders, ofwel 1,5%, is aangesloten bij een pensioenfonds met een dekkingsgraad van meer dan 130%. De resterende circa 12% van de Nederlandse pensioendeelnemers valt onder een pensioenfonds met een dekkingsgraad tussen de 125% en 105%. Na de opleving van de beurzen en een stijging van de rente medio 2009 zijn een groot aantal pensioenfondsen weer hard op weg naar de vereiste dekkingsgraad van 105%.

Je zult een berekening moeten maken met je pensioenopbouw tot nu toe (eventueel bij vorige werkgevers) en je opbouw in de komende dienstjaren.. Pensioenfondsen zijn verplicht je eens per jaar een overzicht van je persoonlijke pensioenopbouw op te sturen. Meestal kun je deze ook tussentijds bekijken via de website van je pensioenfonds.

Bedenk dat een eventueel tekort in het pensioen niet alleen via een pensioenfonds of verzekeraar is aan te vullen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van je werkzaam leven kan dienen.

Structureel arrangement:
De FPU-uitkering is vervangen door een versterkt ouderdomspensioen, het keuze pensioen. De pensioenleeftijd is flexibel en deeltijdpensioen is mogelijk. In het keuzepensioen zijn de mogelijkheden tot het uitruilen van ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen zijn verruimd

In de cao’s zijn vaak nadere afspraken over levensloopsparen gemaakt. De levensloopregeling is een individuele regeling. Je kunt zelf beslissen of je aan de regeling deelneemt en wanneer je het opgebouwde tegoed wil aanspreken. De regeling heeft het financiële karakter van een spaarregeling.

Door een combinatie van een verhoogde opbouw van het ouderdomspensioen met  de levensloopregeling, is het voor werknemers bij overheid en onderwijs nog steeds mogelijk om tussen 62 jaar en 63ste  jaar met een acceptabel uitkeringsniveau uit te treden. Een gemiddelde werknemer met 40 dienstjaren kan met het versterkte ouderdomspensioen tussen de leeftijd van 62 jaar en 63 jaar een uitkering van circa 70% van zijn gemiddelde loon verwachten

Via “Mijn ABP” kan iedere deelnemer zijn eigen individuele pensioensituatie en de gevolgen van diverse keuze opties bekijken.

Overgangsmaatregelen
Voor mensen met een lopende FPU-uitkering die is ingegaan vóór 1 januari 2006 is de situatie ongewijzigd, voor hen geldt bovengenoemd arrangement niet.

Voor werknemers in dienst op 31 december 2005 en op dat moment 56 jaar of ouder zijn, geldt een regeling zoals de vervallen FPU-regeling. De spilleeftijd is met enkele maanden verhoogd. 

Voor werknemers in dienst op 31 december 2005 en op dat moment jonger dan 56 jaar geldt de “nieuwe” regeling. Voor hen geldt een overgangsregime dat is gericht op het overbruggen van de pensioenopbouw tot het niveau van de structurele regeling.

Was je op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan val je onder de overgangsregeling. Voor jou vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard. Je mag dus meer sparen.

Zo kunt je het toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen. Dat maximale bedrag is op 210% van het laatstverdiende brutoloon. Daarmee kun je drie jaar verlof financieren tegen 70% van het laatstverdiende loon.

Was je op 31 december 2005 56 jaar of ouder, dan behoud je de fiscale voordelen bij het sparen voor prepensioen. Ook VUT-uitkeringen blijven voor jou onder het huidige fiscale regime vallen. Als je dat wilt, kun je ook deelnemen aan de reguliere levensloopregeling.

Het kan ook zijn dat je werkgever je geen VUT- of prepensioenregeling biedt. Het bieden van pensioenregelingen is geen verplichting voor werkgevers, maar een onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Als je geen VUT- of prepensioenregeling hebt, kun je meedoen met de levensloopregeling en het reguliere percentage van 12% sparen.

Ja, het mag wel, maar het hoeft niet. Volgens de cao krijg je na je 55ste geen nacht-, slaap- of consignatiediensten meer opgedragen tussen 23.00 en 7.00 uur, tenzij je dit zelf graag wilt. 

Als je het spaartegoed nog niet hebt opgenomen als je met pensioen gaat, dan krijg je het opgebouwde tegoed op de dag voordat je pensioen ingaat in één keer uitgekeerd, samen met de opgebouwde levensloopverlofkorting. Er moet in één keer belasting over het hele spaartegoed worden betaald, als loon uit een vroegere dienstbetrekking.

Als er sprake is van een pensioentekort, kun je ook het restant van het levenslooptegoed aan je pensioen toe laten voegen. Je krijgt dan geen levensloopverlofkorting.

Alle werknemers in de sociale werkvoorziening

doen mee aan de pensioenregeling voor de

sociale werkvoorziening. Het pensioenfonds voor

de sociale werkvoorziening is het PWRI.

PWRI is de afkorting van: Pensioenfonds Werk en

(re)Integratie.

 

Zolang je werkt, bouw je ieder jaar een stukje

 

pensioen op over je loon. Gaat je loon omhoog,

dan bouw je ook meer pensioen op. Uiteindelijk

is je pensioen gebaseerd op het gemiddelde van

het loon dat je in alle jaren hebt verdiend.

Je krijgt het pensioen van het PWRI vanaf je 65ste

uitgekeerd, iedere maand zolang je leeft.

Of eerder, als je vóór je 65ste stopt met werken.

Als je eerder stopt met werken, ontvang je natuurlijk

wel minder pensioen.

 

Voor je pensioen betaal je premie. Maar je werkgever

betaalt een flink gedeelte mee. Zelf betaal

je 30 % van de premie, je werkgever de overige

70 %.

 


Meer veelgestelde vragen