Abvakabo FNV. Je werk is het waard

Senioren  

Eerste editie van het FNV magazine 'Senior' gelanceerd

Jules Deelder nam 8 mei de eerste editie van het nieuwe FNV magazine ‘Senior’ in ontvangst.... Lees verder

 
 

Veelgestelde vragen

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een verplichte volksverzekering. De belastingdienst zorgt voor de premieheffing. Die wordt gezamenlijk met het bedrag voor de loon- en inkomstenbelasting geïnd. Verzekerd zijn:

  • alle Nederlandse ingezetenen – ongeacht hun nationaliteit – gedurende maximaal 40 jaar tussen 15 en 67 jaar (de precieze periode is afhankelijk van de individuele AOW-leeftijd);
  • alle niet-ingezetenen die in Nederland arbeid in dienstbetrekking verrichten en op grond daarvan loonbelasting betalen;
  • overige Nederlanders die buiten Nederland verblijven en die in Nederlandse overheidsdienst zijn, werken op een Nederlandse diplomatieke of consulaire post of bij een permanente vertegenwoordiging van Nederland bij een internationale organisatie.

De opbouw is jaarlijks 2 procent aan AOW gedurende 40 jaar. Iedere Nederlandse inwoner heeft recht vanaf zijn AOW-leeftijd recht op een AOW-uitkering. Het maakt dus niet uit of het individu daadwerkelijk premie heeft betaald.

Je zult een berekening moeten maken met je pensioenopbouw tot nu toe (eventueel bij vorige werkgevers) en je opbouw in de komende dienstjaren.. Pensioenfondsen zijn verplicht je eens per jaar een overzicht van je persoonlijke pensioenopbouw op te sturen. Meestal kun je deze ook tussentijds bekijken via de website van je pensioenfonds.

Bedenk dat een eventueel tekort in het pensioen niet alleen via een pensioenfonds of verzekeraar is aan te vullen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van je werkzaam leven kan dienen.

Bij het aanvullend pensioen, dat je opbouwt bij het pensioenfonds van je werkgever, werd vroeger vaak uitgegaan van 40 inkomensafhankelijke opbouwjaren. Dit betekent dat de dienstjaren voor het 25ste jaar soms niet meetelden. Er was vaak geen toelating tot de pensioenregeling vóór het 25ste jaar.

Tegenwoordig kennen veel regelingen zoals ABP en Zorg en Welzijn geen leeftijdsdrempels meer, de pensioenopbouw begint direct na je indiensttreding. Per 1 januari 2007 verplicht de Pensioenwet om werknemers vanaf tenminste het 21ste jaar toe te laten tot de pensioenregeling.

Als je het spaartegoed nog niet hebt opgenomen als je met pensioen gaat, dan krijg je het opgebouwde tegoed op de dag voordat je pensioen ingaat in één keer uitgekeerd, samen met de opgebouwde levensloopverlofkorting. Er moet in één keer belasting over het hele spaartegoed worden betaald, als loon uit een vroegere dienstbetrekking.

Als er sprake is van een pensioentekort, kun je ook het restant van het levenslooptegoed aan je pensioen toe laten voegen. Je krijgt dan geen levensloopverlofkorting.

In de nieuwe pensioenregeling zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Opbouwen van meer Ouderdomspensioen. Dit hogere Ouderdomspensioen kan de werknemer vervroegd in laten gaan om eerder te kunnen stoppen met werken;
  • Opbouwen van Partnerpensioen en dit ruilen voor vervroegd Ouderdomspensioen;
  • Levensloopregeling;
  • Eigen additionele financieringsbronnen.

Het is niet voor iedereen weggelegd om meer ouderdomspensioen op te bouwen (i.v.m. met financiële middelen en fiscale ruimte) of via de levensloopregeling/vitaliteitsregeling of eigen spaarmogelijkheden bij te sparen. Juist voor mensen met een laag inkomen, zwaar beroep en/of lang arbeidsverleden moet het mogelijk worden om de AOW flexibel op te nemen. Ook moeten er compenserende maatregelen voor deze groepen mensen komen. Abvakabo FNV zal haar uiterste best doen om de politiek alsnog te bewegen de plannen van de Kunduzcoalitie op deze punten te veranderen. Ook de kiezer kan op 12 september zijn eigen oordeel vellen over deze plannen.

Voor een deelnemer aan een pensioenregeling die in actieve dienst komt te overlijden wordt meestal uitgegaan van het aantal dienstjaren die zouden zijn bereikt op de pensioendatum, als de deelnemer niet zou zijn overleden. Voor een ‘slapende’ deelnemer (een deelnemer in de pensioenregeling van de ex-werkgever) geldt meestal dat de hoogte van het weduwenpensioen alleen gebaseerd is op het aantal dienstjaren bij de ex-werkgever.

Afkoop van ouderdompensioen in het kader van emigratie is vanaf 1 januari 2007 niet meer mogelijk. Ook niet als de emigratie vóór 1 januari 2007 plaatsvond en het verzoek tot afkoop pas op of na 1 januari 2007 bij de pensioenuitvoerder is ingediend.

Per 1 oktober 2009 is de regeling FLEX-pensioen gewijzigd voor deelnemers die:
• in of na 1950 zijn geboren
• voor 1950 zijn geboren, maar pas vanaf of na 1 januari 2006 pensioen opbouwen bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn.

Wat houdt de wijziging in? Dat het PFZW jouw FLEX-pensioen op jouw 60ste automatisch om zal zetten in Ouderdomspensioen. Hierdoor krijg je vanaf jouw 65ste een hoger pensioen. Wil je tussen jouw 60ste en 65ste minder werken of eerder stoppen dan kun je een deel van jouw Ouderdomspensioen eerder opnemen, als je dat wilt. Het voordeel voor jou is dat je niet meer verplicht bent pensioen voor jouw 65ste op te nemen.

Kan ik mijn FLEX-pensioen nu niet meer opnemen? Jawel, dat kan nog steeds als je dat wilt. Je krijgt vlak voor jouw 60ste  een brief met alle informatie van het PFZW. Je kunt op dat moment er voor kiezen om jouw FLEX-pensioen te behouden.


Meer veelgestelde vragen