Volgens de CAR-UWO kan iemand (gedeeltelijk) worden ontslagen wegens
- Opheffing van zijn betrekking;
- Verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waar hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen;
- Verminderde behoefte aan arbeidskrachten.
Dit ontslag wordt eervol verleend.
Op ontslag wegens reorganisatie zijn sinds 1 juli 2008 de nieuwe voorzieningen bij werkloosheid van toepassing. Deze voorzieningen zijn gericht op het vinden van nieuw werk. Om werkloosheid zoveel mogelijk te voorkomen, zetten de werkgever en de medewerker zich samen in voor het vinden van een nieuwe baan voor de medewerker. De nieuwe voorzieningen bestaan uit een deel rechten en verplichtingen vóór de daadwerkelijke ontslagdatum (de re-integratiefase) en een deel rechten en plichten nadat het ontslag is ingegaan
De werkgever kan je alleen ontslaan op grond van deze redenen volgens een vooraf vastgesteld plan, een zogenaamd reorganisatieplan. Over dit plan wordt overleg gepleegd in de commissie georganiseerd overleg. Het plan wordt aan de betrokken medewerkers meegedeeld. Als het gaat om individuele gevallen kan een medewerker ook worden ontslagen zonder dat daar een reorganisatieplan aan ten grondslag ligt.
Ontslag wegens reorganisatie kan alleen plaatsvinden als vastgesteld is dat de functie van betrokkene na de reorganisatie niet terugkomt of als duidelijk is dat de betrokken medewerker niet meer terugkomt op zijn functie. Van dit laatste is sprake als bijvoorbeeld van de vijf beleidsmedewerkers er na de reorganisatie maar drie terugkeren. Op grond van lokale regels wordt dan bepaald welke twee medewerkers niet kunnen terugkeren. Als op dat moment (het moment dat het ontslagbesluit genomen wordt) ook geen andere passende functie beschikbaar is, kan het ontslagbesluit worden genomen.