De grootste vakbond in de publieke sector

Uitkeringsgerechtigden  

Maak kennis met zorg en welzijn

Kom een kijkje nemen achter de schermen bij zorg- en welzijnsorganisaties in Nederland. Zaterdag... Lees verder

 
 

Veelgestelde vragen

Bij geheel of gedeeltelijk verlies van werk buiten je eigen schuld heb je recht op een ww-uitkering. De hoogte van de uitkering is de eerste twee maanden 75% van het laatstverdiende loon en daarna 70% van het laatstverdiende loon. Je uitkering is nooit hoger dan het zogenaamde ‘maximum dagloon’. Dit maximum-dagloon wordt ieder half jaar opnieuw vastgesteld.

Als het WW-inkomen samen met het overige gezinsinkomen lager is dan het sociaal minimum (bijstandsniveau) kan het zijn dat je recht hebt op een aanvulling.

Om een ww-uitkering te krijgen moet je voldoen aan de volgende eisen:

26 van 36 weken
Je moet in de 36 weken voorafgaande aan de werkloosheid ten minste 26 weken hebben gewerkt. Als je aan deze eis voldoet, heb je in ieder geval recht op een kortdurende uitkering, die 70 procent van het minimumloon bedraagt. De duur van de kortdurende uitkering is 3 maanden: de eerste 2 maanden 75% daarna 70%.

Ja. Anders loop je het risico dat je werkgever de betaling van je loon opschort. Bovendien kan je werkgever in een uiterst geval een ontslagaanvraag indienen als je zonder goede reden weigert mee te werken aan je re-integratie.

Volgens onze huidige wetgeving luidt het antwoord: "Bij ziekte worden alleen zes maanden vakantierechten opgebouwd. Als de ziekte langer dan zes maanden heeft geduurd, worden over de ziekteperiode geen vakantierechten opgebouwd, alleen over de laatste zes maanden."

Abvakabo FNV vindt echter dat deze bepaling in strijd is met een uitspraak van het Europees Hof van 9 januari 2009 (Schultz-Hoff arrest). Hierin stelt het Hof dat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen werknemers met ziekteverlof en werknemers die gewoon doorwerken. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bezig met een wetsvoorstel, zodat de Nederlandse wetgeving wordt aangepast.

Als je arbeidsongeschikt bent, bepaalt de arbeidsdeskundige welk werk je nog kunt doen en welke aanpassingen eventueel mogelijk zijn. Daarnaast stelt de arbeidsdeskundige vast welk ander werk je nog kunt doen. Daarbij geldt het criterium van ‘gangbare arbeid’. Alle gebruikelijke functies op de Nederlandse arbeidsmarkt komen daarvoor in aanmerking. Ook functies waarvoor een lagere opleiding vereist is dan je eigen opleidingsniveau. De arbeidsdeskundige kijkt dan wat met die functies verdiend zou kunnen worden. Het verschil tussen het nieuwe en het oude loon bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid. Als je met gangbare arbeid nog in staat bent om een gedeeltelijk inkomen te verdienen, ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt.

De IVA-uitkering bedraagt 75 procent van het laatstverdiende loon.

De procedure verloopt als volgt:

Eerste ziektedag
de ziekmelding.

Na vijf dagen
Verzuimgesprek plaats tussen leidinggevende en zieke.

Week zes
Zieke werknemer krijgt oproep arbodienst en zo nodig een probleem-analyse.

Een keer per zes weken
Verbeter-overleg in het sociaal medisch team, SMT.

Na acht weken
Het plan van aanpak volgens de wet Poortwachter.

Elke zes weken
Controle van het reïntegratieplan.

Na 42 weken
Melding bij het UWV

Na 52 weken
Dossier-analyse door een achterwacht van de bedrijfsarts.

91ste week
Aanmelding voor WIA-keuring.

Eerst zal gekeken worden of re-integratie op de eigen werkplek mogelijk is. Als dit niet mogelijk is, wordt gezocht naar passend werk binnen de organisatie. Krijg je een uitkering van  UWV? Dan kan deze instantie je helpen met een re-integratietraject. Wie zelf een re-integratieplan en de regie in handen wil, kan voor een IRO (individuele re-integratie overeenkomst) kiezen. Kijk eerst op de website van de re-integratiemonitor en ga langs bij een arbeidsadviseur, die je onafhankelijk kan voorlichten over rechten, plichten en mogelijkheden.

Is de werkgever een eigen-risicodrager voor de WIA? Dan is niet UWV maar die werkgever zelf verantwoordelijk voor steun bij re-integratie, samen met de eventueel ingehuurde verzekeraar. Dat geldt gedurende de 2 jaar wachttijd, maar ook daarna tijdens de WGA-uitkering. Beslissingen van de werkgever zijn dan via bezwaar (bij werkgever) en beroep (bij rechtbank) aan te vechten.

Meestal begint de herbeoordeling met een vragenlijst die UWV je stuurt. Let op. Wat je hier invult, telt al meteen mee in de beoordeling. Er worden vragen gesteld, die niet direct iets te maken lijken te hebben met je mogelijkheden om te werken. Toch gebruikt UWV de antwoorden om je mogelijkheden in te schatten. Als er bijvoorbeeld wordt gevraagd of je boodschappen doet, vormt UWV zich door je antwoord een idee of je kunt lopen en tillen. Vraag advies bij de WAO-begeleiders van ABVAKABO FNV om je te helpen bij het invullen. Bel Bureau Ledenservice: (0900) 22 825 22 (10 ct/min) op werkdagen van 8:30 tot 17:00 uur. 

Als je het niet eens bent met je uiteindelijke herbeoordeling, kun je in beroep gaan. Medewerkers van de bond kunnen daarbij eventueel helpen.


Meer veelgestelde vragen