Om te beoordelen of ingeleende werknemers kiesrechten hebben, moet de or of de verkiezingscommissie eerst onderzoeken of deze personen gerekend moeten worden tot de groep “in de onderneming werkzame personen”.
Op grond van artikel 1 lid 3 van de WOR worden degenen die in de onderneming werkzaam zijn met een uitzendovereenkomst onder twee voorwaarden tot die groep gerekend:
- Iemand moet langer dan 24 maanden met een uitzendovereenkomst (in de zin van artikel 7:690 BW) feitelijk in de onderneming gewerkt hebben;
- Het werk dat iemand doet moet passen in het kader van de werkzaamheden van de onderneming.
Wanneer een uitzendkracht aan deze eisen voldoet, behoort hij tot de groep “in de onderneming werkzame personen” en bouwt hij kiesrechten op. Dat betekent dus dat een uitzendkracht na 30 maanden het actief kiesrecht heeft (mag stemmen) en na 36 maanden het passief kiesrecht (mag zich kandidaat stellen).
Stel dat zowel de ondernemer als de ondernemingsraad (or) van mening zijn dat het beter is dat uitzendkrachten vóór deze termijnen al kiesrechten krijgen, dan kunnen zij dat regelen door hierover samen afspraken te maken op grond van artikel 6 lid 4 van de WOR. Dit artikel geeft de mogelijkheid om de groep “in de onderneming werkzame personen” uit te breiden met name genoemde categorieën tijdelijke medewerkers. Door uitzendkrachten al eerder aan te merken als de “in de onderneming werkzame personen”, kunnen zij eerder gebruik maken van hun kiesrechten.
Ook andere ingeleende medewerkers kunnen op grond van art. 6 lid 4 kiesrechten krijgen in de onderneming waar zij zijn ingeleend. Denk aan gedetacheerde werknemers, ingehuurde zelfstandigen (freelancers) en vrijwilligers. Deze personen kunnen dus alléén kiesrechten opbouwen als de ondernemer en de or hierover aanvullende afspraken hebben gemaakt, die zijn vastgelegd in het or-reglement. .
Wanneer ondernemer en or van mening verschillen of bepaalde groepen personen tot de “in de onderneming werkzame personen” moeten worden gerekend, dan kunnen zij na bemiddeling van de bedrijfscommissie een beslissing vragen aan de kantonrechter.