Bij het langdurend zorgverlof ga je formeel tijdelijk in deeltijd werken. In een aaneengesloten periode van twaalf weken kan je voor de helft minder werken. Per jaar maximaal zes maal de wekelijkse arbeidsduur (zes weken).
In overleg met de werkgever kan je ook voor een andere spreiding van het verlof kiezen, bijvoorbeeld zes achtereenvolgende weken fulltime verlof. Dit betekent wel dat je gedurende die periode geen inkomen hebt.
Je mag het verlof niet over een langere periode dan achttien weken uitsmeren.
Voor parttimers geldt het verlof naar rato: als je bijvoorbeeld 20 uur per week werkt, kan je gedurende twaalf weken verlof opnemen voor tien uur per week.
Het is mogelijk dat in de cao afwijkende afspraken zijn vastgelegd.
Salaris en vakantie
Tijdens het zorgverlof is er geen salaris. Bij deeltijdwerk is er gewoon loon voor de gewerkte uren. Voor de financiering van het onbetaald verlof kan gebruik gemaakt worden van opgebouwd tegoed in het kader van de levensloopregeling.
Tijdens het verlof gaat de opbouw van vakantiedagen door. Het verlof eindigt zodra de periode waarvoor het verlof was afgesproken voorbij is of als de persoon voor wie werd gezorgd, overlijdt of niet langer levensbedreigend ziek is. In het geval van overlijden is er recht op calamiteitenverlof, om zaken rondom het overlijden te regelen.
Tijdens het verlof kan je niet ontslagen worden. Wel kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden om een andere reden of omdat ten onrechte beroep gedaan is op het zorgverlof.
De werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van loon voor de verzorging van een persoon, die levensbedreigend ziek is, indien het betreft:
a. de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;
b. een kind tot wie de werknemer of de persoon bedoeld in onderdeel a als ouder in een familierechtelijke betrekking staat, dan wel een pleegkind van de werknemer als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, onderdeel d;
c. een bloedverwant in de eerste graad van de werknemer.