De grootste vakbond in de publieke sector

Veelgestelde vragen  

Pensioen

Pensioenfondsen die een dekkingsgraad hebben dat lager is dan 100 procent, mogen geen individuele waardeoverdrachten doen. Dit betekent dat uw geld bij het vorige pensioenfonds blijft staan. In pensioentaal wordt u dan ‘slaper’.
Als er in jouw bedrijf of sector een pensioenfonds is, kun je niet overstappen. Je bent dan verplicht om mee te doen.

Als sociale partners de regeling verplichtend hebben afgesproken voor een hele sector wel.

Als freelancer bouw je wel pensioen op voor de AOW, maar niet voor een aanvullende pensioenregeling. Je bent namelijk niet in loondienst. Je opdrachtgevers zijn dus geen werkgevers en je valt niet onder pensioenregeling van die opdrachtgevers. Je zult zelfstandig maatregelen moeten nemen om een pensioenkapitaal op te bouwen.

Ja, als je werkgever een pensioenregeling heeft, mogen parttimers niet vanwege het werken in deeltijd van die pensioenregeling worden uitgesloten.

Je zult een berekening moeten maken met je pensioenopbouw tot nu toe (eventueel bij vorige werkgevers) en je opbouw in de komende dienstjaren.. Pensioenfondsen zijn verplicht je eens per jaar een overzicht van je persoonlijke pensioenopbouw op te sturen. Meestal kun je deze ook tussentijds bekijken via de website van je pensioenfonds.

Bedenk dat een eventueel tekort in het pensioen niet alleen via een pensioenfonds of verzekeraar is aan te vullen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van je werkzaam leven kan dienen.

Ben je geboren vóór 1950, dan geldt een regeling die op de huidige FPU lijkt. Voorwaarde is wel dat je vanaf 1 april 1997 doorlopend in dienst bent geweest bij een werkgever aangesloten bij ABP. Je moet een aantal maanden langer doorwerken dan in de oude regeling om dezelfde uitkering te krijgen.

Ben je geboren voor 1 december 1944, dan hoef je niet twee of drie maanden langer door te werken voor dezelfde uitkering.

Ben je geboren op of voor 1 april 1947, dan krijgt je met 61 jaar en 2 maanden dezelfde uitkering als voorheen met 61 jaar. Ben je geboren na 1 april 1947 en voor 1 januari 1950, dan krijg je met 62 jaar en 3 maanden dezelfde uitkering als voorheen met 62 jaar.
Langer doorwerken voor 65 jaar levert onder de huidige regeling een steeds hogere FPU-uitkering op.

Per cao kunnen er voor bepaalde groepen aanvullingen op het FPU niveau zijn afgesproken zoals bij gemeenten. Vaak zijn er ook levensloopafspraken gemaakt waarvan het saldo naar eigen keuze ingezet kan worden voor het vroegpensioen.

In de nieuwe pensioenregeling zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Opbouwen van meer Ouderdomspensioen. Dit hogere Ouderdomspensioen kan de werknemer vervroegd in laten gaan om vóór zijn 65e te kunnen stoppen met werken
  • Opbouwen van Partnerpensioen en dit ruilen voor vervroegd Ouderdomspensioen
  • Levensloopregeling
  • Eigen additionele financieringsbronnen

Voor een deelnemer aan een pensioenregeling die in actieve dienst komt te overlijden wordt meestal uitgegaan van het aantal dienstjaren die zouden zijn bereikt op de pensioendatum, als de deelnemer niet zou zijn overleden. Voor een ‘slapende’ deelnemer (een deelnemer in de pensioenregeling van de ex-werkgever) geldt meestal dat de hoogte van het weduwenpensioen alleen gebaseerd is op het aantal dienstjaren bij de ex-werkgever.

Pensioenen zijn niet in gevaar! Maar er is niet of nauwelijks ruimte om te indexeren. Dit betekent dat pensioenuitkeringen en de opgebouwde pensioenrechten niet worden verhoogd met het gemiddelde percentage van de loonontwikkeling.