Als je arbeidsongeschikt bent, bepaalt de arbeidsdeskundige welk werk je nog kunt doen en welke aanpassingen eventueel mogelijk zijn. Daarnaast stelt de arbeidsdeskundige vast welk ander werk je nog kunt doen. Daarbij geldt het criterium van ‘gangbare arbeid’. Alle gebruikelijke functies op de Nederlandse arbeidsmarkt komen daarvoor in aanmerking. Ook functies waarvoor een lagere opleiding vereist is dan je eigen opleidingsniveau. De arbeidsdeskundige kijkt dan wat met die functies verdiend zou kunnen worden. Het verschil tussen het nieuwe en het oude loon bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid. Als je met gangbare arbeid nog in staat bent om een gedeeltelijk inkomen te verdienen, ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt.
Heeft dit antwoord je geholpen?
ja |
nee