Bij de vaststelling van een bijstandsuitkering wordt allereerst gekeken of er onvoldoende geld is om van te leven. Er wordt onder andere gekeken naar:
Eigen vermogen en bijstand:
Onder eigen vermogen valt niet alleen spaargeld, maar bijvoorbeeld ook een auto of een eigen woning. Voor gehuwden en alleenstaande ouders is de grens 10.960 euro, voor alleenstaanden 5480 euro. Is je vermogen groter dan dit bedrag dan moet je eerst het meerdere opmaken, voordat je bijstand krijgt.
De waarde van het eigen huis valt ook onder het vermogen. Van deze waarde wordt maximaal € 46.200 buiten beschouwing gelaten. Als de waarde van het huis, verminderd met de al afgeloste hypotheek, meer is dan 46.200 euro kan de gemeente een bijstanduitkering toekennen op basis van een lening met uw huis als onderpand. In dat geval sluit de gemeente een zogeheten krediethypotheek af.
De vrijstellingsbedragen worden ieder half jaar opnieuw vastgesteld. Je inkomen (en dat van je partner) speelt een rol bij het vaststellen van het recht op een uitkering en bij het vaststellen van de hoogte van de uitkering. Het UWV Werkbedrijf kan je verdere informatie geven.