Abvakabo FNV. Je werk is het waard

Veelgestelde vragen  

Pensioen

Pensioen is de uitkering die je ontvangt wanneer je je pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt en je stopt met werken. Je pensioen bestaat vaak niet uit maar één uitkering. Meestal is het een optelsom van twee of meerdere uitkeringen. Dit noemen we de pijlers. 

1e Pijler
De eerste pijler van het pensioen wordt vanuit de overheid geregeld en bestaat uit de AOW (Algemene Ouderdomswet). De Sociale Verzekeringsbank zorgt  voor de toekenning en betaling van de AOW.

2e Pijler
De tweede pijler is de aanvulling die je via en samen met je werkgever opbouwt. Pensioen is dus een belangrijke arbeidsvoorwaarde die niet alleen later, maar ook nu invloed heeft op je inkomen.

3e Pijler
De derde pijler zijn alle andere mogelijkheden (los van de werkgever of overheid), waarbij je zelf voor extra pensioen spaart, bijvoorbeeld spaargeld of een lijfrente.

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een verplichte volksverzekering. De belastingdienst zorgt voor de premieheffing. Die wordt gezamenlijk met het bedrag voor de loon- en inkomstenbelasting geïnd. Verzekerd zijn:

  • alle Nederlandse ingezetenen – ongeacht hun nationaliteit – gedurende maximaal 40 jaar tussen 15 en 67 jaar (de precieze periode is afhankelijk van de individuele AOW-leeftijd);
  • alle niet-ingezetenen die in Nederland arbeid in dienstbetrekking verrichten en op grond daarvan loonbelasting betalen;
  • overige Nederlanders die buiten Nederland verblijven en die in Nederlandse overheidsdienst zijn, werken op een Nederlandse diplomatieke of consulaire post of bij een permanente vertegenwoordiging van Nederland bij een internationale organisatie.

De opbouw is jaarlijks 2 procent aan AOW gedurende 40 jaar. Iedere Nederlandse inwoner heeft recht vanaf zijn AOW-leeftijd recht op een AOW-uitkering. Het maakt dus niet uit of het individu daadwerkelijk premie heeft betaald.

Wanneer je deelneemt aan een pensioenfonds, moet volgens de wet het fonds je jaarlijks een overzicht sturen van de door jouw opgebouwde pensioenrechten. Dit overzicht is het Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Het is uniform omdat het UPO van elk pensioenfonds dezelfde indeling moet hebben. Hierdoor zijn de bedragen eenvoudig op te tellen of met elkaar te vergelijken. Dit is vooral handig als je bij meerdere fondsen pensioen opbouwt of hebt opgebouwd. Over de pensioenen bij eerdere werkgevers krijg je eens in de vijf jaar een pensioenoverzicht.
Met korten op de pensioenen wordt bedoeld dat een pensioenfonds de pensioenuitkering en de opgebouwde rechten verlaagt. Het gaat dus niet alleen over de ingegane pensioenen, maar ook over de opbouw van pensioenen. Korten op pensioenen wordt ook wel ‘afstempelen’ genoemd.

Je zult een berekening moeten maken met je pensioenopbouw tot nu toe (eventueel bij vorige werkgevers) en je opbouw in de komende dienstjaren.. Pensioenfondsen zijn verplicht je eens per jaar een overzicht van je persoonlijke pensioenopbouw op te sturen. Meestal kun je deze ook tussentijds bekijken via de website van je pensioenfonds.

Bedenk dat een eventueel tekort in het pensioen niet alleen via een pensioenfonds of verzekeraar is aan te vullen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van je werkzaam leven kan dienen.

Bij het aanvullend pensioen, dat je opbouwt bij het pensioenfonds van je werkgever, werd vroeger vaak uitgegaan van 40 inkomensafhankelijke opbouwjaren. Dit betekent dat de dienstjaren voor het 25ste jaar soms niet meetelden. Er was vaak geen toelating tot de pensioenregeling vóór het 25ste jaar.

Tegenwoordig kennen veel regelingen zoals ABP en Zorg en Welzijn geen leeftijdsdrempels meer, de pensioenopbouw begint direct na je indiensttreding. Per 1 januari 2007 verplicht de Pensioenwet om werknemers vanaf tenminste het 21ste jaar toe te laten tot de pensioenregeling.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen verplichtingen (geld wat uitgekeerd moet worden nu en in de toekomst) en reserves (het geld wat ze nu in de kas hebben) van pensioenfondsen. Als de dekkingsgraad langdurig te laag is, heeft het pensioenfonds op den duur niet genoeg geld om de pensioenen uit te keren voor de volle honderd procent.
Dit zijn plannen die de pensioenfondsen hebben gemaakt om de financiële situatie te verbeteren. Pensioenfondsen moeten in vijf jaar naar een dekkingsgraad van 105 procent.
De Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op de pensioenfondsen en kan bij ieder individueel fonds maatregelen eisen als dat echt nodig is. Door de kredietcrisis, de slechte rendementen en de lage marktrente zijn de dekkingsgraden van veel pensioenfonds onder de vereiste niveau’s gekomen. De DNB houdt toezicht op de herstel- en crisisplannen en of deze wel voldoende zijn en goed worden uitgevoerd.
Vanuit Abakabo FNV zitten bestuurders samen met vertegenwoordigers van werkgevers en andere vakbonden in de sectorale pensioenfondsen. In de ondernemingspensioenfondsen zitten meestal werknemers uit de bedrijven (meestal door de Ondernemingsraad afgevaardigde leden), samen met de werkgever in het bestuur.