Abvakabo FNV. Je werk is het waard

Veelgestelde vragen  

AOW-akkoord

De pensioenfondsen zijn van, voor en door werknemers en werkgevers. Daar zit het spaargeld in dat is opgebracht door werkgevers en werknemers. Pensioenfondsen hebben net als nu de verplichting om de huidige en toekomstige gepensioneerden te betalen uit dit spaargeld.

Pensioenfondsen hebben dus geen mogelijkheid om bij te dragen (en ook nooit gehad). Zij kunnen slechts bijdragen door goede rendementen te behalen. Werkgevers hebben in die pensioenfondsen, waar bijstortingsverplichting is, bij een te lage dekkingsgraad nog steeds die verplichting. Uiteraard blijven de werkgevers ook net als nu betalen voor de pensioenregeling.

Daarnaast moeten we ons ook realiseren dat goede rendementen in het verleden in belangrijke mate de stijging van de levensverwachting van de afgelopen decennia al hebben gefinancierd. Daarnaast is de afgelopen jaren de pensioenpremie al gemiddeld met 50 procent toegenomen. De werkgever betaalt hier over het geheel genomen het merendeel van de kosten van.

Als gevolg van de vergrijzing en de stijgende levensverwachting genieten steeds meer mensen steeds langer van hun AOW-uitkering. De AOW-kosten lopen dus flink op. Maar door de economische crisis heeft de overheid juist minder geld te besteden. Het vorige kabinet had de plannen om in te grijpen al naar de Tweede Kamer gestuurd. De plannen van de meeste politieke partijen waren zelfs nog slechter. AOW op 65 werd voor vrijwel iedereen onmogelijk als het aan de politiek lag. Daarnaast kon je ook fors minder pensioen opbouwen door het kabinetsplan, omdat belastingvrij sparen voor pensioen flink werd beperkt.

Werknemers en werkgevers stonden voor de keuze: laten we het over aan de politiek of komen we met eigen voorstellen? Uiteindelijk hebben we besloten om zelf met afspraken te komen over AOW en aanvullend pensioen. Deze afspraken zouden meer gunstig voor werknemers en gepensioneerden zijn, omdat ze zorgen voor meer zekerheid op de lange termijn.

Winstpunt in het akkoord van vakbeweging en werkgevers wasdat de AOW flexibel zou zijn geworden. Mensen hadden in dat geval, vanaf 65 jaar, zelf kunnen kiezen wanneer ze stoppen met werken. Bovendien zou de AOW welvaartsvast geworden zijn: de AOW zou gekoppeld worden aan de verdiende lonen en niet aan de contractlonen. Dit zouo betekent hebben dat de AOW-uitkeringen elk jaar zouden stijgen met 0,6 procent extra. Het verdiende loon stijgt sneller, omdat promoties en periodieken meetellen. Deze koppeling zou dus extra gunstig zijn voor de mensen voor wie na hun pensionering de AOW het belangrijkste inkomen is.

De compensatieregelingen in het pensioenakkoord, die ook nodig waren voor zware beroepen en lage inkomens om met 65 jaar te kunnen stoppen met werken, waren voor Abvakabo FNV nog steeds onvoldoende. Doordat Abvakabo FNV flink heeft gelobbyd is er nog wat verbeterd in het wetsvoorstel dat uiteindelijk bij de 1e kamer lag.  Helaas is met het Kunduzakkoord medio 2012 een streep gezet door het pensioenakkoord en de eerdere verbeteringen. Dit betekent dat de AOW-leeftijd versneld wordt verhoogd met ingang van 2013 en flexibel opnemen niet mogelijk is. Ook alle compenserende maatregelen zijn geschrapt.

Kijk hier wanneer jij voor het eerst AOW ontvangt.

De AOW-leeftijd wordt met ingang van 1 januari 2013 versneld verhoogd. Eerst met een maand per jaar, vervolgens met twee en drie maanden per jaar. In 2019 is de AOW-leeftijd 66 jaar en in 2023 is deze 67 jaar. Waarschijnlijk zal de AOW-leeftijd na 2023 verder stijgen naar 68 jaar. Deze beslissing zal de politiek in een later stadium nog kunnen nemen.

Kijk in dit artikel wanneer jouw AOW-uitkering ingaat.

Nee, de in het pensioenakkoord afgesproken flexibilisering is door de Kunduzcoalitie geschrapt. Hierdoor is het niet mogelijk de AOW eerder in te laten gaan. Abvakabo FNV pleit nog steeds voor een keuzemogelijkheid om de AOW eerder of later in te laten gaan. Ook wil de bond compenserende maatregelen voor mensen met een laag inkomen, zwaar beroep of lang arbeidsverleden. Wij zullen ons uiterste best doen om politieke partijen te beïnvloeden om de wet op dit punt te wijzigen.

We betalen met elkaar nu al zo’n 20 procent van de loonsom voor onze oudedagsvoorziening. We werken nu dus al een dag per week voor de oudedagsvoorziening. Om de stijgende levensverwachting bij te houden, zouden forse premieverhogingen nodig zijn, met flinke gevolgen. Het almaar verhogen van de pensioenpremie leidt er namelijk toe dat mensen een steeds groter deel van de week aan het werk zijn voor hun pensioen, met gevolgen voor de koopkracht van mensen.

Verder is pensioen een secundaire arbeidsvoorwaarde (uitgesteld loon). In cao-onderhandelingen maken vakbonden afspraken over bijvoorbeeld loonsverhoging, werkgelegenheid, maar ook over de pensioenpremie. Verhogen van de premie gaat dus ten koste van de ruimte voor een loonsverhoging of werkgelegenheid. Pensioen is heel belangrijk, maar werkgelegenheid en koopkracht voor vandaag en morgen ook.

De vakbonden hebben samen met werkgevers het beheer over het geld in de pensioenfondsen. We zitten met een probleem rond de huidige en toekomstige betaalbaarheid van de pensioenen. We moeten steeds meer pensioengeld uitkeren omdat mensen steeds ouder worden. Dat is goed nieuws, maar het betekent wel dat we langer AOW en aanvullend pensioen genieten. Langer dan aanvankelijk verwacht en waarvoor is gespaard.

De premies willen we niet verder laten stijgen, want dat kost mensen teveel in koopkracht en werkgelegenheid. Wanneer we nu niets doen en de pensioenen volledig met de welvaart willen laten stijgen, dan zouden we twee dagen per week moeten werken voor ons pensioen, met grote gevolgen voor de koopkracht van mensen.

Verder is in de loop der jaren het gespaarde pensioenvermogen enorm gegroeid. Tegelijkertijd nemen de schommelingen op de financiële markten en op het rendement van pensioenbeleggingen toe. In het verleden konden we het feit dat mensen langer leven en tegenvallende rendementen nog compenseren door premieverhogingen. Tegenwoordig heeft het premie-instrument steeds minder effect en dat wordt door de vergrijzing alleen nog maar minder. Daarom zijn de inkomsten van de pensioenfondsen grotendeels afhankelijk van de rendementen uit de beleggingen. De huidige financiële crisis heeft duidelijk gemaakt dat de inkomsten uit beleggingen flink tegen kunnen vallen.

Zelfs als de rendementen van pensioenfondsen zich herstellen, blijven mensen steeds ouder worden dan vroeger en genieten ze langer pensioen. De pensioenverplichtingen stijgen daardoor. Ook moeten we rekening blijven houden met schommelingen op de financiële markten zonder dat we hier via de premies veel aan kunnen doen. De opbrengsten uit de beleggingen zijn niet zo zeker als in het verleden werd gedacht. De politiek, maar zeer zeker ook Abvakabo FNV, wil daarom dat er meer zekerheid wordt ingebouwd in de pensioenen. Een financiële crisis kan het pensioenstelsel dan niet teveel aantasten.

Een andere belangrijke reden dat de pensioenen ook meegenomen zijn: het kabinet wilde óók gaan ingrijpen in de pensioenen. Bijvoorbeeld door bepaalde belastingvoordelen af te schaffen. Door deze plannen zouden met name mensen met een laag inkomen er zo op achteruit gaan, dat er geen enkele mogelijkheid zou zijn om toch op 65 de AOW-uitkering in te laten gaan en te stoppen met werken. Door als sociale partners zelf met alternatieven te komen, willen we voorkomen dat het kabinet op ons terrein, de pensioenen, zou ingrijpen.

Nu is door de Kunduz-vijf een streep gezet door het pensioenakkoord, onder andere door het versneld verhogen van de AOW, schrappen van compenserende maatregelen voor lage inkomens, mensen met zware beroepen en/of lang arbeidsverleden, schrappen van een deel van de vitaliteitsmaatregelen, schrappen van  flexibilisering en extra ophoging AOW en beperken van de fiscale ruimte om pensioen op te bouwen.  Abvakabo FNV was al niet gelukkig met de gevolgen van het pensioenakkoord voor de lagere inkomens, zware beroepen en mensen met een lang arbeidsverleden. De plannen van de Kunduzcoalitie gaan nog dramatisch veel verder. De Kunduzcoalitie laat iedereen lelijk in de steek. De Tweede en Eerste Kamer  volgen dit vororbeeld en zijn ongevoelig gebleken voor de ruime 2000 schrijnende reacties van onze leden, die wij aan beide kamers hebben aangeboden. Abvakabo FNV denkt dat het beter en socialer moet en kan. Gelukkig kan ook de kiezer op 12 september nog zijn eigen oordeel over deze plannen vellen.

De vakcentrales, waaronder FNV, en de werkgevers sloten in maart 2010 een AOW- en pensioenakkoord. Dit was een akkoord op hoofdlijnen dat nader uitgewerkt moest worden.
De FNV en andere vakcentrales hebben samen met de werkgevers sinds maart 2010 veelvuldig gerekend, getekend en geschrapt om het akkoord verder uit te werken. In februari 2011 kwamen de eerste conceptteksten van deze uitwerking naar buiten. De teksten baarden Abvakabo FNV, FNV Bondgenoten en FNV Bouw, zorgen. De drie grootste bonden lasten een adempauze in.

In de conceptteksten leken steeds meer risico’s bij werknemers en gepensioneerden te worden neergelegd. Dat was voor de bonden niet acceptabel. Wanneer beleggingsresultaten van de pensioenfondsen tegenvallen, is dat een risico voor werkgevers en werknemers en daar moeten zij samen verantwoordelijkheid voor nemen.

Daarmee waren nog niet alle discussies van tafel. Alle FNV-bonden willen namelijk een goede balans tussen koopkrachtbehoud en zekerheid. Hoe die balans er precies uitziet, bleek een dilemma te zijn voor de FNV. Abvakabo FNV en de meeste FNV-bonden willen graag dat de pensioenen snel weer geïndexeerd worden. Dat betekent dat de pensioenen van werkenden en gepensioneerden worden aangepast aan de gestegen lonen. Je kunt dan hetzelfde blijven kopen als het jaar ervoor ondanks het feit dat de prijzen zijn gestegen.

Om de pensioenen te kunnen indexeren en daardoor koopkrachtbehoud te realiseren, is het nodig te beleggen op de beurs. Het rendement op alleen spaargeld is onvoldoende. Beleggingen leveren een hoger rendement, maar bieden minder zekerheid.

Als een pensioenfonds toch harde beloftes wil doen, kan er minder belegd worden. De wet zegt namelijk dat een pensioenfonds grote buffers met geld moet aanleggen voor het maken van beloftes. Al dat geld in die buffers kan niet worden belegd en levert dus ook geen inkomsten op.

Door minder harde toezeggingen te doen, blijft er meer vrijheid om te kunnen beleggen en meer rendement te ontvangen. Daardoor kan dan ook sneller worden geïndexeerd en blijft de koopkracht op peil, zonder dat de risico’s te groot worden.

FNV Bondgenoten koos in de discussie voor meer zekerheid, terwijl de andere bonden vonden dat de pensioenen snel geïndexeerd moesten worden. Uiteindelijk stond in het principeakkoord dat de pensioenfondsbesturen (waarin ook de vakbonden zijn vertegenwoordigd) zelf een keuze konden maken hoe de balans tussen indexatie en zekerheid eruit zou komen zien.

Nu is door de Kunduz-vijf een streep gezet door het pensioenakkoord, onder andere door het versneld verhogen van de AOW, schrappen van compenserende maatregelen voor lage inkomens, mensen met zware beroepen en/of lang arbeidsverleden, schrappen van een deel van de vitaliteitsmaatregelen, schrappen flexibilisering en extra ophoging AOW en beperken van de fiscale ruimte om pensioen op te bouwen.  Abvakabo FNV was al niet  gelukkig met de gevolgen van het pensioenakkoord voor de lagere inkomens, zware beroepen en mensen met een lang arbeidsverleden. De plannen van de Kunduzcoalitie gaan nog dramatisch veel verder. De Kunduzcoalitie laat iedereen lelijk in de steek. De Tweede en Eerste Kamer  volgen dit voorbeeld en zijn ongevoelig gebleken voor de ruime 2000 schrijnende reacties van onze leden, die wij aan beide kamers hebben aangeboden. Abvakabo FNV denkt dat het beter en socialer moet en kan. Gelukkig kan ook de kiezer op 12 september nog zijn eigen oordeel over deze plannen vellen.

Iedereen leeft langer. De ouderen van vandaag worden gemiddeld ouder dan hun ouders. Dat is mooi, maar dat kost de pensioenfondsen veel geld, omdat zij het pensioen langer moeten uitkeren. Daarvoor is in het verleden nooit gespaard.

Tot nu toe konden de rendementen (winsten uit beleggingen) van de pensioenfondsen dit opvangen. Maar nu de levensverwachting sneller stijgt en de rendementen van de fondsen op lange termijn iets lager lijken te worden, zullen we de hogere kosten met zijn allen moeten delen. Dat gebeurt al doordat pensioenfondsen soms niet kunnen indexeren (pensioen aanpassen aan prijs- en loonsverhogingen). In de toekomst zal dat wellicht vaker gebeuren als de fondsen niet én de kosten van de stijgende levensverwachting én de kosten van de indexatie uit de rendementen kunnen betalen. De pensioenuitkering van ouderen zal daardoor soms minder snel stijgen.

Helaas is door de Kunduz-Vijf een streep gezet door de afspraak om de AOW-uitkering sneller te verhogen, zodat het totale effect op de koopkracht beperkt zou zijn, zeker voor lager betaalden. Voor hen is de AOW een veel groter gedeelte van hun inkomen dan het aanvullend pensioen.  Deze groep wordt nu nog meer de dupe van de plannen om de AOW-leeftijd versneld te verhogen zonder enige compenserende maatregel. Deze zijn namelijk door de Kunduz-Vijf ook geschrapt.

In het pensioenakkoord was afgesproken dat de AOW-uitkering extra verhoogd zou worden en de AOW flexibel opgenomen kon worden. Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) zou dit een voordeel zijn als de AOW met de welvaart meestijgt en flexibel wordt.

Voor pensioen spaart iedereen zelf, maar wel collectief. En we delen samen de risico’s. Dat is solidair en eerlijk. Pensioen bouw je op door premie te betalen van je loon. De premies worden betaald door werknemers en werkgevers samen. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde (uitgesteld loon) en wordt aan de cao-tafel afgesproken. Daar wordt de kwaliteit van de regeling bepaald en de premieverdeling tussen de werkgever en de werknemers afgesproken.

Pensioen dient als aanvulling op de AOW. Doel van AOW en pensioen is een redelijk inkomen te geven aan ouderen, met zoveel mogelijk een relatie met het gemiddelde loon dat je gedurende jouw werkzame leven hebt verdiend.

Pensioengelden worden gespaard in pensioenfondsen, die onafhankelijk zijn van het bedrijf. Al gaat een bedrijf ten onder, het pensioen van de werknemers is veilig. Voor goede pensioenen moeten pensioenfondsen beleggen. Zouden ze dat niet doen, dan wordt pensioen minstens twee keer zo duur. Maar beleggen brengt ook risico’s mee. De laatste jaren is de onzekerheid rond pensioenen toegenomen door de kredietcrisis.