Abvakabo FNV. Je werk is het waard

Veelgestelde vragen  

Hieronder vind je de veelgestelde vragen over de ondernemingsraad (or) en medezeggenschap.

De vragen zijn onderverdeeld in zeven categorieën:

Or en medezeggenschap

De verantwoordelijkheid voor de oprichting van de ondernemingsraad ligt bij de ondernemer. Die moet het proces in werking zetten en zorgen dat de stappen naar het opstellen van een voorlopig reglement en de eerste verkiezingen gezet worden. Hij kan daarvoor een verkiezingscommissie aanstellen, maar blijft wel verantwoordelijk totdat de eerste ondernemingsraad is gekozen. De verplichting tot een or geldt vanaf 50 werknemers, onder dat aantal mag het wel, maar dan is het niet verplicht.
Welke stappen moeten gezet worden om tot de oprichting van een or te komen?

  • Opstellen van een voorlopig reglement: onder verantwoordelijkheid van de ondernemer wordt een voorlopig reglement voor de ondernemingsraad opgesteld. Wij raden aan hiervoor het SER-voorbeeldreglement te gebruiken. In het voorlopig reglement staan in elk geval vermeld: de omvang van de or, eventuele kiesgroepen, de keuze voor lijsten- of personenstelsel, welke werknemers kiesgerechtigd en verkiesbaar zijn, de procedure bij de verkiezingen en de werkwijze van de or. Het voorlopig reglement wordt aan de betrokken vakorganisaties voorgelegd, en vervolgens naar de Bedrijfscommissie gestuurd.
  • Verkiezingen: in een periode van 13 weken worden verkiezingen gehouden volgens de verkiezingsprocedure zoals vastgelegd in het voorlopig reglement. De betrokken vakorganisaties worden eerst in de gelegenheid gesteld kandidaten te leveren, vervolgens kunnen onafhankelijke kandidaten zich melden. Na de stemming kan de OR worden geïnstalleerd. 
  • Wanneer de or in functie is, zal de ondernemer moeten zorgen voor alle wettelijk bepaalde faciliteiten (tijd, geld, voorzieningen) die de or voor zijn functioneren nodig heeft.

Lees meer in Wij willen een ondernemingsraad! Hoe pakken we dat aan? en de brochure Or-reglement en verkiezingen organiseren

Hoofdregel: ondernemingen met meer dan 10 en minder dan 50 werknemers zijn niet verplicht een or in te stellen. De ondernemer kan wel vrijwillig een or oprichten. Vanaf 50 werknemers is de ondernemer op grond van de Wet op de Ondernemingsraden verplicht een or in te stellen.
Uitzondering: er zijn cao’s, bijvoorbeeld in de zorg- en de welzijnssector,  die de ondernemer verplichten een or in te stellen vanaf 35 werknemers. De cao Kinderopvang legt de instellingsgrens ook bij 35 werknemers.
Te klein voor een or? Dan een Personeelsvertegenwoordiging (PVT).  Bij bedrijven of instellingen met meer dan 10 en minder dan 50 werknemers, is de werkgever wel verplicht een PVT in te stellen als de meerderheid van de werknemers daar om verzoekt. De PVT praat en denkt net zoals een or mee over het beleid en de arbeidsomstandigheden in het bedrijf, maar heeft minder stevige bevoegdheden en faciliteiten dan een or. Lees ook 'Personeelsvertegenwoordiging: oprichting en werkwijze'. Voor hulp bij het opzetten van een or of PVT kun je contact opnemen met OR-Wijzer: 0900-6794593, bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 13.00 en 17.00 uur, 10 cent per minuut.

In 'Wij willen een ondernemingsraad! Hoe pakken we dat aan?' staan veel tips. Mocht het daarmee nog niet lukken, bel dan OR-Wijzer, op werkdagen tussen 13.00 - 17.00 uur op het telefoonnummer 0900-6794593 (10 ct/min).

Wellicht kan onze vakbondsbestuurder bemiddelen. Mocht je werkgever na eventuele tussenkomst van de vakbondsbestuurder geen actie ondernemen, dan kun je als werknemer naar de Bedrijfscommissie stappen voor bemiddeling.

In twee gevallen:

  • Een voorlopig reglement: als voor de eerste keer een or wordt gekozen, wordt het reglement opgesteld door de ondernemer, omdat het tot zijn verplichting hoort de or in te stellen. Het voorlopig reglement moet conform WOR-artikel 48 lid 1 worden voorgelegd aan de werknemersorganisaties. 
  • Een gewijzigd or-reglement na reorganisatie of wijziging van de medezeggenschapsstructuur om andere redenen. Daarbij zal het oordeel van de verschillende al aanwezige medezeggenschapsorganen zwaar wegen.

Alle vastgestelde reglementen dienen naar de Bedrijfscommissie te worden toegezonden.

Nee. De or mag zijn termijn afmaken. Overigens kan de werkgever vrijwillig een or in stand houden bij minder dan 50 werknemers.
Een ambtelijk secretaris doet in grote lijnen het werk van een secretaris van de or: vergaderingen plannen, zorgen voor agenda’s en vergaderstukken, notuleren van vergaderingen, medewerkers informeren over het werk van de or, enzovoort. Het verschil met de or-secretaris is dat deze een gekozen or-lid is, terwijl ambtelijk secretaris een betaalde functie is.
Dit moet altijd in overleg met de werkgever gebeuren. In een aantal cao’s is de verplichting tot aanstelling van een ambtelijk secretaris vastgelegd. Over de uitvoering daarvan moet de or overleggen met de werkgever. Wanneer de verplichting niet bestaat, kan de or daartoe een verzoek doen aan de werkgever. Het is dan handig eerst in kaart te brengen voor welke werkzaamheden een ambtelijk secretaris nodig is.
De algemene regel is dat beurtelings de voorzitter van de or en de bestuurder de overlegvergadering leiden. Bestuurder en or kunnen samen een andere regeling afspreken, bijvoorbeeld dat de bestuurder of de or-voorzitter alle overlegvergaderingen voorzit.

De bedrijfscommissie is een orgaan speciaal bedoeld voor bemiddeling en advisering bij geschillen tussen directie en or. Behalve de or, kan ook de bestuurder, de vakbond en in sommige gevallen ook een individuele medewerker bemiddeling en advies van de bedrijfscommissie vragen. 
De bedrijfscommissie maakt géén deel uit van een bedrijf. Twee van de drie bedrijfscommissies zijn ingesteld door de SER: een voor alle or’s in de zorg, de welzijnssector en de sociaal-culturele sectoren (Bedrijfscommissie Markt II) en een voor alle or’s in de commerciële sectoren (Bedrijfscommissie Markt I). Als derde is er een bedrijfscommissie voor de overheid. Deze valt onder de minister van Binnenlandse Zaken. Een bedrijfscommissie bestaat uit leden die benoemd zijn door werkgevers- en werknemersorganisaties van de betreffende sectoren. Is er een geschil, dan nodigt de bedrijfscommissie directie en or uit voor een zitting en probeert de partijen tot elkaar te brengen.
Lukt het partijen niet uit hun conflict  te komen dan kan de or naar de Kantonrechter gaan. Voorafgaand aan deze stap is bemiddeling door de Bedrijfscommissie verplicht.

Tot de taken van de Bedrijfscommissies behoren:

  • Toetsen en registreren van or-reglementen en ondernemingsovereenkomsten
  • Bemiddeling en advisering bij meningsverschillen over de naleving van de WOR 
  • Informatie geven over de uitvoering van de WOR

Zie voor meer informatie www.bedrijfscommissie.nl.

Or-verkiezingen moeten uitgevoerd worden conform de bepalingen daarover in het reglement van de or.  De or kan de uitvoering van de verkiezingen toebedelen aan een verkiezingscommissie. Op de site staat veel informatie over verkiezingen. Je kunt met inhoudelijke vragen over de or-verkiezingen ook bellen met OR-Wijzer: 0900-6794593 (10 cent per minuut).